EENDENFIETSENSTALLING

Het moet voor mijn zusje niet makkelijk zijn om in het openbaar te spreken. Tenminste, niet wanneer het een verhaal in de verleden tijd betreft. Dit alles heeft te maken met mijn vader. In ons gezin was het leven onder het schrikbewind van een vader met een goede dosis humor. Humor op het gebied van zaken waar ik nu met een lach aan terug kan denken, maar die ons als kind een achterstand bezorgde op de rest van.. de mensheid.

Waar de rest van de klas thuis vertelde dat de meester wat geks in de klas had geroepen, kwamen wij als kinderen niet eens toe aan vertellen wat dat geks dan precies was. Nee, na de vele geintjes van mijn vader zeiden wij maar niets. We zeiden niets omdat we niet wisten hoe we dit konden vertellen. Onze hoofdjes waren te druk met malen of dat gekke wat de meester zei nou geroepen, geriept, gerapen, geraspt of geriepeld was. Het verbeteren van taalfouten zit ook mijn vader in het bloed (familietrekje), alleen besloot hij dat hij zich veel meer zou vermaken met het ons consequent verkéérd aanleren van die woorden. Tevens hield dit grapje hem ook weg van het daadwerkelijk opslaan van onze boodschap. Ik denk dat dit zijn manier was van het vaderschap luchtig houden.

“Papa, papa, papa! Ik heb een ‘goed’ voor topografie gehaald!” riep mijn zusje trots. Mijn vader keek op van zijn krant, keek zijn dolblije dochter kort en serieus aan en antwoordde “gehollen”. Mijn zesjarige zusje keek mij vragend aan, keek eventjes naar de krant waarachter mijn vader zachtjes grinnikte, keek een poosje peinzend naar de grond en zei toen wijfelend enthousiast “Papa, ik had een ‘goed’ voor topografie! gehollen..?!”.

“Gehaald, lieverd. Hollen doe je met gym.” Daar stond mijn zusje opnieuw, bevangen door een algehele verwarring over alles en iedereen, naar de grond te staren en zag ik hoe ze later met tranen in haar ogen naar mijn moeder sjokte. Mijn vader keek op van zijn krant, schudde even van het lachen en gaf me een vette knipoog. Ik lachte beleefd omdat ik het niet was, wat hij als bevestiging zag van een geslaagde grap, zelfvoldaan zakte hij terug in zijn krant.

Zelf heb ik geen last met spreken in het openbaar. Nadat mijn vader zo’n twee jaar op mij heeft kunnen oefenen op het systematisch ontmantelen van een normale blik op het leven, kwam hij bij het opgroeien van mijn zusje pas echt op dreef. Waar ik het nog moest doen met de gangbare grap dat elke fabriek slechts bestond om wolken te produceren, zag mijn zusje elk slootrek al als een fietsenstalling voor eenden. En elk plantenbakje in het bos als een vuilnisemmer voor kabouters.

Wat mijn vader echter niet had meegenomen in zijn geslaagde poging tot zelfvermaak is het feit dat hij, als volwassen man, de grappen achter zich kon laten wanneer hij de deur uit liep. Voor ons was dit niet zo gemakkelijk. Ik zal nooit de verloren blik van mijn opa vergeten toen mijn zusje hem trots vertelde dat ze “eerst op het strand had gelieperd, toen een ijsje had gehollen en toen met de auto naar hem toe was gereden en wel vier ‘eendenfietsenstallingen’ had gezagd “. Zowel voor mijn jonge zusje als mijn oude opa was dit niet alleen verwarrend, maar ook schrikbarend en beangstigend.

Jaren later, wanneer ik mijn vader hieraan herinner, verschijnt er nog steeds een genoegzame glimlach op zijn ouder wordende gezicht en lachen we mee. Waar de meeste kinderen hun stinkende best deden alles te leren ‘zoals het hoort’, leerden wij dat later. En in de tussentijd leerden we creatief met taal omgaan, bezorgden we mijn vader een lolletje en scoort mijn zusje tijdens presentaties tegenwoordig punten voor haar ingetogen stijl, haar enorme punctualiteit op het gebied van uitspraak en haar continuïteit van het spreken in de tegenwoordige tijd.

MP

photo

De gedoofde bouwlamp, met witte spetters op het zwarte kunststof, samen met  de uitgedroogde roller en het glas vol peuken, zijn het stilleven van een nieuw begin. De tikkende gaskachel, het zachte zoemen van de koelkast en de druppelende douche als een symfonie van een nieuw thuis.

Een nieuw thuis als een nieuw begin ver weg van een ieder die ver weg moet zijn en dichtbij datgene dat ik verlang. Een nieuw thuis dat zich dag na dag verder transformeert naar daar waar ik wil zijn.

De roller rolt al dat fleurig en kleurig is naar een strak en stil wit, het reliëf in de strakwitte muur als een weggestopt verleden overschilderd door eenvoud, sereniteit en rust. Het matras tussen de verfspullen, dozen, naast de bouwlamp en het glas vol peuken, als een perfect toonbeeld van een leven in transitie. Als een symbool voor het leven zelf: een boek ‘s nachts gelezen bij de bouwlamp met een blad ervoor, het spreekt voor roeien met de riemen die je hebt, nu is er troep, nu is er chaos, maar niet lang meer en er is rust. Rust in de ruimte die jij hiervoor gecreëerd hebt.

De eenvoud van klussen doet verlangen naar een gelijkenis in het dagelijks leven; even doorbijten, even chaos en daarna is er rust, in alles, omdat jij dit hebt gemaakt.

MP

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In het donker dat nooit duister is,

in een stilte die nooit zwijgt,

in een koude lucht die niet fris is

en in rust die nooit blijft,

 

zie ik de sterren die ik niet zie

en hoor de dieren die ik niet hoor

voel ik warmte zonder vuur

zie ik wegen maar geen asfalt

gaat alles, als ik stil sta, altijd maar door.

 

In de winter die geen winter is,

wachtend op de lente die geen lente wordt,

na de zomer die geen zomer was

en na de herfst die nooit verkleurde

 

merk ik een afstand tot mijn vaderland

en vraag ik me af hoe dat gebeurde.

MP

Verhaal 3

(eigen tekst bij eigen foto’s Lapland)

Donker en koud ben ik ver van huis, de bewoonde wereld achter mij gelaten ben ik weg van alles wat mij lief is, en weg van alles dat ik haat. Nieuwe liefdes vinden mij hier in het donker en in de kou, onder de sterren, dicht bij mezelf, vind ik rust. Een lang verloren vriend. Samen trotseren we het vriezen, de zachte, witte vlokken vallen langzaam langs ons heen. De stilte is oorverdovend en het donker houdt ons vast, stevig in zijn allesomvattende greep.

Samen in het donker en de kou, de rust en ik, zien we licht daar in de verte, civilisatie ver van thuis. De drukste plekken hier zijn zo rustig, de kalmte zegeviert over alles wat mij bezorgt. Soms mis ik reuring, tegelijkertijd ben ik blij met de stilte in mijn brein. Na jaren van drukte en snelheid, sta ik stil in de stilte en geniet. Soms ben ik bang, hier in het donker, een wereld onbekend. Maar wanneer de zon weer schijnt zie ik schoonheid en voel ik leven, zo samen, maar ook zo alleen.

MP

verhaal 2

(eigen tekst bij eigen foto’s Lapland)

Met mijn voeten stevig in de sneeuw op het meer midden in Lapland zwijg ik. Ik zwijg en probeer te horen, maar horen doe ik niet.  Horen doe ik niet, niets anders dan de ruis van de stilte op het windstille meer. Wat niet gehoord hoeft te worden is duidelijk te zien, de serene schoonheid van de wereld waar ik ben.

Anders dan de wereld waar ik vandaan kom, anders dan de wereld waar ik vaak wil zijn. Nu ben ik hier en hoor ik niets, geen ademhaling en geen hartslag, mijn lichaam zwijgt mee met mijn geest, hier in het nu en in het niets. In het overweldigende niets van een onbevolkt gebied noordelijker dan waar ik vandaan kom, veel noordelijker dan waar ik wil zijn.

Vaak, maar nu even niet.

MP

Verhaal 1

(eigen tekst bij eigen foto’s Lapland)

Ver weg in de verte staar ik, om mij heen glijd de dag van dag naar nacht, midden op de dag lijkt het twee uur ‘s nachts. Vermoeidheid sluipt naar binnen, energie gaat onder met de zon. Het is wachten, een uur van schemer en dan de sterren, de maan, de Melkweg, het Noorderlicht. Met open mond, een gestokte adem starend naar de hemel in de kou. Geen licht van de aarde, de overdag zo heldere vastigheid veranderd in een schim, hangend aan de hemel. De lucht voert de boventoon, de aarde schikt zich prachtig in haar onderdanigheid.

Schaduwen in het donker van het licht daar in de lucht, het is nacht maar dit gebied slaapt niet. Geen winterslaap maar een scala aan pracht vul de grote pupillen die staren in de verte. De stilte versterkt het licht, helemaal alleen in de donkere sneeuw samen met duizenden sterren, waarvan er puur voor jouw geluk een paar per minuut naar beneden vallen, van de heldere lucht richting de donkere aarde. De aarde grijpt mijn voeten maar mijn ogen vliegen langzaam door de lucht. Ik geniet. En ik zucht.

MP

Nadenken

Bepaalde mensen in bepaalde dromen zouden willen leven zoals ik nu leef. Toch voelt het niet zo, voelt het nooit zo, ik leef niet mijn eigen droom.
Mijn droom is de stad, het leven, de mensen om me heen. Toch bedenk ik me hier nu vaak dat met het leven dat ik hier leid en de inzichten die ik heb, misschien een grote stad helemaal niet zo’n goed idee is.

Je hebt het door, ik schrijf maar wat, maar in m’n hoofd lees ik op wat ik schrijf en klinkt het door de intonatie als ware poëzie. De dromen die mensen hebben zullen gaan over stilte, haardvuur, prachtige natuur en jezelf bedruipen. Maar haardvuur wordt vervelend na een week als enige bron van warmte, evenals dat je na verloop van tijd de natuur niet langer echt als prachtig ziet maar vooral als onbegaanbaar, ondoorkruisbaar. Jezelf bedruipen lukt hier niet, de meer succesvollen lukt het slechts ternauwernood en de stilte…. de stilte… Het is zo stil. Het geeft je ruimte tot denken, dat zeker. Maar in ons systeem waarin we moeten leven is stilte en rust iets wat je hebt in de gevangenis, niet in het vrije leven. Daarom kan ik moeilijk omgaan met de stilte om mij heen. Soms wil je even niet alle gedachten echt horen, luister je liever naar iets anders waardoor de gedachten verdwijnen. Iets anders dan jezelf is hier niet echt. Je kunt muziek aanzetten maar de muziek is zo heftig hier in de complete stilte… de stilte.

Toch waren wij vandaag op een plek waar het nog veel stiller was dan hier, een verschuiving in mijn referentiekader, want ik hoor hier opeens geluiden die ik tot vandaag niet hoorde. Geluiden waar ik dan stiekem blij mee ben omdat ze me afleiden van mezelf. Een auto die voorbij rijdt in de verte, het knetteren van mijn haard, het ratelen van de toetsen of het kraken van mijn stoel klinkt als een donderkabaal vergeleken met de plek waar ik vanmiddag was.

De grote stad lijkt nu misschien dan zelfs wel eng, want als ik hier prettig afgeleid raak door een auto die tweehonderd meter verderop langs rijdt, hoe moet het dan wel niet voelen in New York met honderden auto’s per dag vlak voor je raam langs? Zal dat dan een prettige afleiding zijn of zorgt het ervoor dat je hoofd gewoon echt te vol zit? Daar ga ik hopelijk achterkomen want er wonen wil ik nog steeds. Blijkt het een zegen ben ik blij, blijkt het een last leer ik mijn les.

Even een pauze in het schrijven om meer hout in mijn haard te plaatsen, het gebruik is ongelofelijk en je ziet hoe we afhankelijk zijn en blijven van olie en gas. De wereldbevolking op hout laten stoken is niet op te brengen, nog niet eens gekeken naar de schadelijke effecten op ons geliefde milieu.

Nadenken, wanneer doen wij mensen dat nou nog? Nee, maar echt, nadenken. Stil, voor je uit staren en nadenken over een onderwerp. Kun jij dat? Ik niet. Nog niet, maar ik wil het wel. Ik kan nu in m’n bed liggen en vluchtig over wat onderwerpen heen vliegen, ik kan in het vuur kijken en er flitst de ene na de andere onsamenhangende gedachte door mijn hoofd. Wanneer denken mensen nou echt nog na. Ik weet het niet. Ik zag niemand om me heen dat doen, letterlijk niemand. Ja, we filosoferen wanneer we praten, maar zou het niet handiger zijn andersom? Is het niet verstandiger over onderwerpen te praten waar we van te voren over nagedacht hebben? Veel mensen denken dus maar niet meer na, houden zich op in het kleine wereldje waarin ze leven. Dat kan een gemeentewerker zijn die zijn werk doet en ‘s avonds voor de televisie gaat hangen of een kunstenaar die de hele dag zich omringt door mooie dingen en toffe mensen.

Voor mij staan die twee gelijk. We haasten door het leven heen en hebben daarin allerlei dingen verzonnen waardoor we alsnog tevreden kunnen sterven. Ik kan rustig sterven want ik had een mooi huis, geld voor mijn kinderen en heb altijd hard gewerkt. Dan ben ik blij voor je, maar meer is het ook niet. Nadenken is een verloren kunst. Nu denk ik ook niet na, ik schrijf. Ga ik voor me uit zitten staren en nadenken in een cafeetje gaat de klanten en het personeel op gegeven moment raar op kijken. Moet die meneer niet iets lezen, wat zit hij daar zielig alleen, moet hij niet iets drinken? Wanneer ik daar ook zit met een laptop of schrijfblok en al die gedachten schrijf ik op, is het prima. Want hij doet IETS. De mens kan geen genoegen meer nemen met slechts zitten en denken. Iets waarvan ik zeker wel geloof dat dat vroeger gedaan werd.

We zijn zolang afgeleid door nieuws, televisie, muziek, drukte op straat, verdienen van geld, betalen van rekeningen, doen van de afwas, drie keer per week stofzuigen, met maar een simpele reden, we zijn stelselmatig steeds verder van onszelf afgeleid zodat onze machthebbers zijn marionetten steviger in de vingers heeft. Kregen we tijd om na te denken zouden we waarschijnlijk niet zoveel pikken als dat we nu doen. Bedenk eens dat iedereen na zou denken over het product wat hij ontvangt en wat hij ervoor betaalt, zouden we dan massaal nog zoveel betalen als we doen? Zou ik nog steeds 297 euro per maand aan elektriciteit kosten betalen voor mijn teeveetje, koelkast en wat lampen? Zouden we het nog steeds pikken als onze overheid voor 14 miljard investeert in wat straaljagers?

Nu horen we op het nieuws dat wij miljarden pompen in de Joint Strike Fighter, voor een seconde zijn we het daar niet mee eens, maar dan horen we van een aardbeving in Spanje, een watercrisis in Zimbabwe, dode mijnwerkers in China en dat het eerst tonnetje paling geveild is. Knap persoon die dat aanhoort en vervolgens constructief zijn mening gaat vormen over het aanschaffen van de JSF. Nee, het nieuws is af en hij kijkt ook nog even een restant van RTL Nieuws om vervolgens onmiddellijk te gaan zappen als dit af is OF om karladingen informatie tot zich te nemen in de reclames. Bedenk je dan nog dat het nieuws lang niet altijd al het nieuws of het juiste nieuws meldt en je bent op m’n punt.

We zijn toegewerkt tot een punt waar we niet meer zelf nadenken, vaak ook omdat we niet zelf de consequenties van onze acties dragen. Raken we zonder werk, krijgen we WW of bijstand. Heel vervelend, maar ook een reden dat een persoon minder zijn best doet om zijn werk beter te doen en niet ontslagen te worden. Worden we ziek, worden we genezen. Waarom nog voorkomen dat je ziek wordt? Waarom consequent NAdenken over je fysiek of je eetpatroon? Raakt de olie op? Tegen de tijd dat dat zover is hebben de knappe koppen op de TU Delft en andere universiteiten vast een manier bedacht waarop IK nog steeds met de auto mijn boodschappen kan doen.

We worden stelselmatig afgeleid van denken en daarin bemoedigd door alle zaken waarover we niet meer na hoeven te denken. Dit is nu al zolang aan de gang dat ik ook merk dat nadenken als iets raars voelt. Ja, ik denk na over de stappen die ik zet en welke producten ik in mijn boodschappenmandje leg, maar over ingewikkeldere zaken zal vast al nagedacht zijn. De drang is weg en dit maakt mensen meer en meer afgeleid van belangrijke zaken als het bestuur over een land of de wereld. Oftewel de dagelijkse invulling van je leven. We nemen zoveel voor lief omdat het van hoger af besloten is en worden niet eens echt boos als dit ons raakt. We stemmen op partijen na het luisteren van een debat of het lezen van een partijprogramma. Maar waar debatteren ze allemaal wel NIET over en wat staat er allemaal wel NIET in die programma’s? En als het al in een partijprogramma staat, hoe gekleurd word dit wel niet gebracht?

Nadenken is een verloren kunst, het zal weinigen gegeven zijn. De elite heeft tijd om na te denken, de hardwerkende arbeider is veel te druk hiervoor. Hij werkt zestig uur in de week, komt maar net rond met boodschappen, moet zijn rekeningen betalen, zijn kinderen op school krijgen en vergeet dus compleet constructief na te denken over de invulling die hij eigenlijk aan zijn leven zou willen geven. Heeft niet de tijd om de informatie die hij misschien wel tot zich zou willen nemen, tot zich te nemen.

Maar daar ben ik het niet mee eens. De tijd is er wel. Wat ons stelselmatig ontnomen is, is de drang om na te denken. Vraag iemand of hij liever in stilte zijn leven wil plannen of een aflevering van De Wereld Draait Door wil kijken en je kunt het antwoord wel raden. We worden steeds hulpelozer maar steeds verder weggebracht van het daadwerkelijk zien van die hulpeloosheid. Dit kan door de enorme stroom afleiding. Iemand voelt zich simpelweg niet ongelukkig als hij net een nieuwe auto of jas heeft gekocht, een leuke aflevering op televisie heeft gezien of een belastingmeevallertje heeft ‘gekregen’.

Dit begint te lijken op een communistisch manifest of een oproep tot een revolutie maar is verre van. Ik wil het politieke systeem niet omgooien, simpelweg omdat ik helemaal geen zin heb om iets op te bouwen. Ik wil het economisch systeem niet omgooien omdat dit dan weer opgebouwd dient te worden. Dit dient slechts als een oproep tot nadenken. Als de mens weer even terugkomt bij zichzelf komen veranderingen vanzelf wel, rustig aan, zonder paniek of rellen. Als de mens zou kunnen accepteren dat hij niet langer bij zichzelf is, zonder het door ons systeem opgebouwde ego dit in de weg te laten staan, kan er zoveel moois gebeuren.

Het is niet makkelijk, zelfs na te zijn gaan wonen in de stilte van Zweeds Lapland worstel ik hier voor mezelf mee. En besef ik des te sterker dat dit helemaal moeilijk uit te leggen is wanneer de lezer zich niet in een zelfde situatie bevindt. Ik hoor hier vele oproepen tot veranderingen, mensen in mijn omgeving hier hebben het over revoluties. Maar denk even na en dit is nergens voor nodig.

Denk gewoon simpelweg goed na en de problemen zullen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Als je rustig hebt nagedacht en in vrede bent met jezelf zul je misschien minder benzine gebruiken, minder je laten afleiden, minder schadelijke producten tot je nemen. Wanneer dit mindert zullen deze producten ook gaan verdwijnen en voilà. Fuck dingen bannen, fuck demonstreren op straat, fuck boos worden. Neem gewoon de tijd soms over een onderwerp echt na te denken, ook al voelt het alsof dit niet meer kan.

We zijn niet meer gewend iets te bedenken zonder iets te doen. Denken is raar, schrijven is tof. Denken is raar, iets bouwen is tof. Denken is raar, iets goed doen op je werk is tof. Denken is niet raar, denken is de manier waarop je je eigen wereld constructief fijner kunt maken. Hoe vaak is een actieve gedachte iets dat werkt naar positiviteit en een passieve gedachten achteraf de veroorzaker van iets naars? Dus dat.

Wordt vervolgd.

MP